|
                       
Standaard
                       
De
nieuwe standaard is sinds 03.06.2009 geaccepteerd door de FCI.
FCI-Standaard N° 14 /
03.06.2009 / GB
VÄSTGÖTASPETS
(Zweedse Vallhund)
VERTALING NEDERLANDS: Jos Dekker.
ORIGINE: Zweden.
DATUM PUBLICATIE HUIDIGE STANDAARD: 26.03.2009.
GEBRUIK: Hoedende
Heeler.
KLASSIFICATIE F.C.I.:
Groep 5 Spits- en oertypes
Sectie 3 Noorse
Waakhonden en Herders.
Zonder
werkproef.
KORT HISTORISCH OVERZICHT: De Zweedse
Vallhund wordt beschouwd een authentiek Zweeds ras te zijn hoewel er nog steeds
onzekerheid bestaat evenals zijn verwantschap met het type als de Welsh Corgi.
Of de Vikingen brachten Corgi-achtige honden mee terug van de Britse Eilanden
naar Zweden of Västgötaspets-achtige honden gingen van Zweden naar Britannië wat is waar wat niet
het zal nooit worden opgelost. Maar recent onderzoek wijst uit dat de
Västgötaspets van Zweedse origine is. Ongeacht het ras zijn afkomst, is zijn
erkenning toe te schrijven aan Graaf Björn
von Rosen. In de vroege jaren 1940 kreeg von Rosen te horen dat dit oude type
herdershond nog steeds bestond en onderzoek vond plaats in de provincie West
Gotha. Met name in de vlaktes van Vara werden exemplaren van een homogeen type
teruggevonden; klein in aantal maar genoeg om met fokken te beginnen. Het rastype was goed vastgelegd zonder
verlies van de werkvaardigheid.
ALGEMEEN BEELD: Klein, laag op de benen en stoer. Voorkomen en
expressie duiden op een waakzame, alerte en energieke hond.
BELANGRIJKE VERHOUDINGEN: Verhouding schofthoogte tot lichaamslengte
2:3. De hoogte van het laagste punt van de borst tot de grond nooit minder dan
1/3 van de schofthoogte.
GEDRAG/TEMPERAMENT: Waakzaam, energiek, onbevreesd en alert.
HOOFD: Droog besneden en tamelijk lang. Schedel en neusrug
parallel.
SCHEDELGEDEELTE: Zowel van boven als opzij gezien, matig breed
en gelijkmatig toelopend richting neus.
Schedel: Bijna
vlak.
Stop: Goed
afgetekend
AANGEZICHT
GEDEELTE:
Neus: Zwart.
Voorsnuit: Van
opzij tamelijk stomp van vorm en slechts iets korter dan de schedel.
Lippen: Goed
passend en nauw aansluitend.
Kaken/Gebit: Onderkaak
tamelijk stomp gevormd en sterk, maar niet prominent. Perfect en regelmatig
schaargebit, compleet met gelijkmatig en goed ontwikkelde tanden.
Ogen: Middelgroot,
ovaal gevormd en donker bruin.
Oren: Middelgroot,
puntig, staand, oorschelp is hard van basis tot punt, gladharig en beweeglijk. Oorlengte
iets meer dan de breedte aan de basis.
HALS: Lang en sterk bespierd met goed bereik.
LICHAAM
Bovenbelijning: Rug
recht, goed bespierd.
Lendenen: Kort,
breed en sterk.
Croupe: Breed
en licht hellend.
Borst: Lang met
goede diepte. Tamelijk goed gewelfde ribben. Van voor gezien is de borst ovaal,
van opzij ellipsvormig. Het reikt tot 2/5de van de voorbeenlengte,
van opzij ligt het laagste punt van de borst direct achter de achterkant van de
elleboog. Voorborst zichtbaar maar niet overdreven.
Onderbelijning en buik: Buik
licht opgetrokken.
STAART: Twee staarttypes komen
voor, lang en alle varianten van een natuurlijk korte staart. In beide gevallen zijn
alle variaties in dracht toegestaan omdat er geen regel is voor dracht.
BENEN: Met
sterk bot.
VOORHAND:
Schouders: Lang en
teruggelegen in een hoek van 45° met het horizontale vlak.
Opperarm: Iets
korter dan de schouder en met een duidelijke hoeking. Opperarm ligt dicht tegen
de ribben maar is nog altijd zeer mobiel.
Bovenarm: Van
voor gezien, licht gebogen, net genoeg om bewegingsvrijheid te geven ten
opzichte van het onderste van de borst.
Middenhand (Gewricht): Veerkrachtig.
ACHTERHAND: Van
achter gezien parallel.
Dijen: Breed
en sterk bespierd.
Knie: Goed gehoekt.
Onder dij: Slechts
iets langer dan de afstand van hak tot grond.
Hak gewricht: Goed gehoekt.
Middenvoet (Enkel): Van
matige lengte.
VOET: Middelgroot,
kort, ovaal, recht naar voren wijzend met sterke zolen, stevig gesloten en goed
geknookt.
GANGEN/BEWEGING: Zuiver, met goed uitgrijpen en stuwing.
VACHT
HAAR: Bovenvacht
van matige lengte, hard, dicht en tegen het lichaam gelegen, ondervacht is
zacht en zeer dicht. De vacht is kort op hoofd en voorkant benen, mag langer
zijn op hals, keel, borst en achterkant achterbenen.
KLEUR: Grijs,
grijsachtig bruin, grijsachtig geel, roodachtig geel of roodachtig bruin. Lichter
haar in dezelfde kleurschakering als hierboven genoemd kan worden gezien op de
voorsnuit, keel, borst, buik, broek, voeten en hakken. Donkerder dekhaar
zichtbaar op rug, hals en zijkant lichaam. Lichtere aftekeningen op schouder,
zogeheten harnasaftekening, en lichte wangaftekening zijn hoogst wenselijk.
Wit is toegestaan in een kleine
hoeveelheid als een smalle bles, halsvlek of dunne kraag. Witte aftekeningen zijn
toegestaan op de borst, voor- en achterbenen, maar witte sokken mogen niet
reiken tot boven de bovenste helft van het been.
GROOTTE EN GEWICHT:
Schofthoogte: Reuen 33 cm
(ideale hoogte)
Teven: 31 cm (ideale hoogte)
Een
tolerantie van 2 cm
naar boven of 1 cm
onder deze hoogtes is toegestaan.
FOUTEN: Elke
afwijking van het voorgaande moet worden gezien als een fout en de zwaarte
ervan moet in verhouding staan tot de ernst en het effect op de gezondheid en
het welzijn van de hond.
- Te laag bij de grond.
- Stop niet goed afgetekend.
- Spitse voorsnuit.
- Gemis van twee P1 of een P2.
- Lichte ogen verkeerde expressie gevend.
- Oren te laag aangezet.
- Borst te diep of te ondiep.
- Te breed in front.
- Steile schouders.
- Te
kort opperarm.
- Overhoekte
achterhand.
- Gemis
aan harnas- of wangaftekening.
ERNSTIGE FOUTEN:
- Korte of ronde schedel.
- Korte voorsnuit.
- Onderontwikkelde onderkaak.
- Tanggebit.
- Gemis van molaren (M3 niet meegeteld).
- Ronde rug.
- Zachte vacht en afstaande vacht.
- Vacht te kort of te lang.
- Gemis aan ondervacht.
- Hoeveelheid wit meer dan 30% van de
basiskleur.
- Hoogte ernstig afwijkend van het ideaal.
DISKWALIFICERENDE FOUTEN:
- Agressief of schuw.
- Over- of onderbijtend gebit.
- Blauwe ogen, enkel of beiderzijds.
- Hangende oren of halfstaande oren.
- Lange, gekrulde vacht.
- Zwart, wit, leverbruin of blauwe vachtkleur.
Elke
hond die duidelijke fysieke- of gedragsabnormaliteiten vertoont zal worden
gediskwalificeerd.
N.B.:
Reuen dienen twee duidelijke
volledig in het scrotum
ingedaalde normale testikels
te hebben.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
FCI-Standard N° 14 /
03.06.2009 / GB
Västgötaspets
(SWEDISH VALLHUND)
TRANSLATION:Renée Sporre-Willes in collaboration with Jennifer Mulholland.
ORIGIN: Sweden
DATE OF PUBLICATION OF THE ORIGINAL VALID STANDARD: 26.03.2009.
UTILIZATION: Herding Heeler.
CLASSIFICATION
F.C.I.: Group 5 Spitz and primitive
types.
Section
3 Nordic Watchdogs and Herders.
Without
working trial.
BRIEF HISTORICAL SUMMARY: The Swedish Vallhund is considered to be an authentic Swedish breed although
uncertainty still exists as to the relationship with the type like the Welsh
Corgi. Whether or not the Vikings brought Corgi-type dogs back from the British
Isles to Sweden or
Västgötaspets-like dogs from Sweden
to Britain
will never be solved. But modern research believes that the Västgötaspets is of
Swedish origin. Regardless of the breed’s origin, credit for its recognition
goes to Count Björn von Rosen. In the early 1940’s von Rosen was told that this
old type of herding dog still existed and an investigation took place in the County of West Gotha. Particularly in the planes
of Vara specimens of homogeneous type where found; few in numbers but
enough to start breeding. Breed type was well established without loosing the working ability.
GENERAL APPEARANCE: Small, low on legs and sturdy. Appearance and expression denote a
watchful, alert and energetic dog.
IMPORTANT PROPORTIONS : Ratio of height at withers to
length of body 2:3. The height from lowest part of chest to ground never to be
less than 1/3 of the height at withers.
BEHAVIOUR/TEMPERAMENT:
Watchful, energetic, fearless and alert.
HEAD: Clean cut and fairly long. Skull and nose bridge
parallel.
CRANIAL
REGION: Viewed from above as well as from the side, moderately broad and tapering evenly towards
the nose.
Skull : Almost flat.
Stop : Well defined.
FACIAL
REGION:
Nose: Black.
Muzzle: When viewed from the side, is rather blunt cut and only slightly
shorter than the skull.
Lips: Well fitting and tightly
closed.
Jaws/Teeth: Lower jaw rather blunt cut and
strong, but not prominent. Perfect and regular scissors bite with complete, even and well developed teeth.
Eyes: Medium size, oval in shape and dark brown.
Ears: Medium size, pointed, pricked and ear leather is hard from base to
tip, smooth-haired and mobile. Length of
ear should slightly exceed the width at base.
NECK: Long and strongly
muscled with good reach.
BODY
Topline: Back level, well muscled.
Loin: Short, broad and strong.
Croup: Broad and slightly sloping.
Chest: Long with good depth. Fairly
well sprung ribs. When viewed from the front, the chest is oval, from side,
elliptical. It reaches two-fifths of the
length of the forelegs and, when viewed from the side, the lowest point of the
chest is immediately behind the back of elbow.
Sternum visible but not
excessively pronounced.
Underline
and belly : Belly slightly tucked up.
TAIL : Two types of tails occur, long and all variations in
length of naturally short
tail. In both cases all variations of carriage are permitted as there is no
norm for the carriage.
LIMBS: With strong
bone.
FOREQUARTERS:
Shoulders: Long and set at an angle of 45
degrees to the horizontal plane.
Upper
arms: Slightly shorter than the shoulders and set
at a distinct angle. Upper arms lies
close to ribs, but are still
very mobile.
Forearms: When viewed from the front,
slightly bent, just enough to give them free action against the lower part of
the chest.
Metacarpus (Pastern): Elastic.
HINDQUARTERS: Parallel when viewed from behind.
Thighs: Broad and strongly muscled.
Stifle: Well angulated.
Lower
thighs: Only slightly longer than the distance
from hock to ground.
Hock joint: Well angulated.
Metatarsus (Rear pastern): Of moderate length.
FEET: Medium sized, short, oval, pointing straight forward with strong pads,
tightly knit and well knuckled up.
GAIT/MOVEMENT:
Sound, with good reach and drive.
COAT
HAIR: Top coat of moderate
length, hard, tight and lying close
to body, undercoat is soft and very dense. The coat is
short on head and foreparts of the legs, may be longer on neck, throat, chest and back parts of the hind
legs.
COLOUR: Grey, greyish brown, greyish yellow, reddish yellow or reddish brown. Lighter hair in the same nuance of colour as mentioned above can
be seen on muzzle, throat, chest, belly, buttocks, feet and hocks. Darker guard hairs visible on back,
neck and sides of the body. Lighter markings on shoulders, so called harness
markings, and light cheek markings are
highly desirable.
White is permitted to
a small extent as a narrow blaze, neck spot
or slight necklace. White markings are permitted on chest, fore-and hind legs, but
white socks may not extend above upper half of leg.
SIZE AND WEIGHT:
Height at withers: Males 33 cm (ideal height)
Females:
31 cm (ideal height)
A tolerance of 2 cm
above or 1 cm below these heights is permitted.
FAULTS:
Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the
seriousness with which the fault should be regarded should be in exact
proportion to its degree and its effect upon the health and welfare of
the dog.
- Too low to ground.
- Stop not well defined.
- Snipy muzzle.
- Lack of two P1 or one P2.
- Light eyes giving wrong expression.
- Ears set too low.
- Chest too deep or too shallow.
- Too wide in front.
- Steep shoulders.
- Too short in
upper arms.
- Over angulated
hindquarters.
- Lack of
harness- or cheek markings.
SEVERE FAULTS:
- Short or rounded skull.
- Short muzzle.
- Undeveloped lower jaw.
- Pincer bite.
- Lack of molars (M3 not taken into account).
- Roach back.
- Soft coat and stand off coat.
- Coat too short or too long.
- Lack of undercoat.
- White markings exceeding 30% of base colour.
- Height severely diverging from the ideal height.
DISQUALIFYING FAULTS:
- Aggressive or overly shy.
- Over or undershot bite.
- Blue eyes, one or both.
- Hanging ears or semi-erect ears.
- Long, curly coat.
- Black, white, liver brown or blue coat colour.
Any dog clearly showing physical or behavioral
abnormalities shall be disqualified.
N.B.: Male animals should
have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum.
-------------------------------------------------------------------------------------
Vertaling F.C.I
standaard nummer 14/ 25-11-1999
Mw.
Jos Dekker
Kort historisch
overzicht
De Västgötaspets wordt beschouwd als een onvervalst
Zweeds ras zelfs al is de verwantschap met de Welsh Corgi niet geheel
duidelijk.
Het is moeilijk te zeggen of de Vikingen dit
Spitstype hebben meegebracht vanuit Engeland naar Zweden. Modern kynologisch
onderzoek wijst er op dat het ras is ontwikkeld in Zweden.
Graaf Björn von Rosen komt de eer toe dat de
Västgötaspets erkend en geregistreerd is als Zweeds ras. In het begin van de
jaren 40 merkte hij het bestaan op van deze honden. Door een inventarisatie te
maken van de bestaande honden in de provincie Västergötland en speciaal rond de
stad Vara, vond hij een kleine maar typische groep honden. Zij waren de start van
een serieus fokprogramma dat voornamelijk in handen was van rector K.G.
Zettersten. Hij slaagde er in een gelijkmatig type te fokken zonder verlies van
het herderinstinct.
Algemeen beeld
Kleine, krachtige, onbevreesde kortbenige hond.
Verschijning en expressie: waakzaam, alert en energiek.
Belangrijke verhoudingen
Hoogte-lengteverhouding; ongeveer 2:3
Gedrag en temperament
Waakzaam, energiek, onbevreesd en alert.
Hoofd
Schedel
Tamelijk lang, droog en met een vrijwel vlakke
schedel. Van boven bezien een gelijke wigvorm van schedel tot neuspunt.
Duidelijke stop.
Aangezicht
Neuspigment git zwart. Voorsnuit van opzij bezien
tamelijk vierkant, iets korter dan de schedel.
Lippen
Strak sluitend.
Kaak/gebit
Volledig en
regelmatig scharend gebit met regelmatige en goed ontwikkelde tanden.
Ogen
Middelmatig groot, ovaal, donkerbruin.
Oren
Middelmatig groot, puntig, rechtopstaand, oor
stevig van basis tot oorpunt, glad behaard en beweeglijk. Niet te laag
aangezet.
Hals
Lang en krachtig bespierd met goed bereik.
Lichaam
Bovenbelijning
Rechte rug, goed bespierd met korte, krachtige
lendenen.
Croupe
Breed en licht hellend.
Borst
Lang, met goede diepte. Goede ribwelving. Van voor
bezien; borst ovaal, van opzij elliptisch. Ribben reiken tot 2/5 van de lengte
van de voorbenen. Van opzij gezien ligt het diepste punt van de borst direct
achter de achterzijde van de voorbenen.
Onderbelijning
Buik licht opgetrokken.
Staart
Twee staarttypen
komen voor: lang of natuurlijke kortstaart. In beide gevallen zijn alle
variaties hierop toegestaan.
Voorhand
Schouder
Lang en goed terug liggend.
Opperarm
Iets korter dan de schouder en geplaatst in
dezelfde hoek. Opperarm goed aangesloten tegen de ribben, maar toch zeer
beweeglijk.
Voorbenen
Van voor bezien licht gebogen, net voldoende voor
volledige bewegingsvrijheid t.o.v. het ondergedeelte van de borst.
Polsen
Elastisch.
Benen
Goed bone.
Achterhand
Achterbenen
Goed gehoekte knie en sprong.
Dijen
Krachtig bespierd.
Benen
Van achter gezien parallel.
Onderbeen
Iets langer dan de afstand van sprong tot de grond.
Voeten
Middelmatig groot, kort, ovaal, recht naar voren
gericht met sterke zolen, en goed gewelfd.
Gangwerk
“Sound”, met goede stuwing.
Vacht
Middelmatig lang, harde en goed gesloten
bovenvacht. Ondervacht; zacht en dicht. Kort op de voorkant van de benen, iets
langer aan hals, borst en achterzijde van de achterbenen.
Kleur
Gewenste kleuren zijn grijs, grijs-bruin,
grijs-geel of rood-bruin met donkerder haren op de rug, hals en zijkant van het
lichaam. Lichter haar in dezelfde kleurschakering als bovengenoemd op snuit,
keel, borst, buik, billen, voeten en hakken komt voor. Lichtere aftekeningen op
de schouders, de zogenaamde harnasaftekening is gewenst. Wit is in beperkte
mate toegestaan in de vorm van een smalle bles, halsvlek of geringe ‘halsband’.
Witte aftekeningen zijn toegestaan op voor- en achterbenen en op de borst.
Hoogte en gewicht
Schofthoogte
Ideale schofthoogte
reuen: 33
cm.
Ideale schofthoogte
teven: 31
cm.
1½ cm afwijking naar
boven of onderen is toegestaan
Gewicht
Tussen de 9 en 14 kilo.
Fouten
Elke afwijking van de
voorgaande punten moet als fout worden gezien en de zwaarte, waarmee de fout
aangerekend wordt, moet in de juiste verhouding staan tot zijn ernst.
N.B.
Reuen moeten twee
normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben.
           
           
|